ECLI:NL:RBDHA:2025:4978
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinprocedure
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het door de minister van Asiel en Migratie genomen besluit tot verlenging van de overdrachtstermijn in het kader van de Dublinverordening, vanwege onderduiken. Verzoekster had tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 11 maart 2025 behandeld. Verzoekster was hierbij aanwezig en werd bijgestaan door haar gemachtigde, terwijl de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Een tolk was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu op hetzelfde moment uitspraak werd gedaan in het hoofdberoep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 21 maart 2025 en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot verlenging van de overdrachtstermijn wordt afgewezen.