ECLI:NL:RBDHA:2025:4989
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublinprocedure tegen Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 11 maart 2025 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was vanwege verhindering.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is en heeft het verzoek daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds uitspraak is gedaan.