ECLI:NL:RBDHA:2025:5063
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in asielprocedure niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft tegen het besluit van 16 januari 2025 bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen. Het besluit houdt in dat verzoeker niet in aanmerking komt voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker de asielprocedure in Nederland mag afwachten omdat hij tijdig beroep heeft ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag van 23 oktober 2022. Het primaire besluit vermeldt dat verzoeker na de uitspraak in het beroep de EU-lidstaten en enkele andere landen binnen vier weken moet verlaten, tenzij hij binnen 24 uur na de uitspraak een voorlopige voorziening aanvraagt.
Omdat verzoeker de procedure in Nederland mag afwachten, heeft hij geen belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter op 26 maart 2025 en is zonder zitting gewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker geen belang heeft bij schorsing van het besluit.