ECLI:NL:RBDHA:2025:5087

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2025
Publicatiedatum
27 maart 2025
Zaaknummer
NL25.2213
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbArt. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na besluit minister

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag. De rechtbank stelt vast dat de minister op 24 januari 2025 alsnog een besluit heeft genomen, waardoor het beroep zijn doel heeft verloren en eiser geen procesbelang meer heeft.

De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om inhoudelijk op het beroep in te gaan en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser, omdat het besluit te laat is genomen en het beroep terecht is ingesteld tegen de vertraging.

De rechtbank bepaalt dat de minister het door eiser betaalde griffierecht van €194,- moet vergoeden en veroordeelt de minister in de proceskosten van €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier L.M. Kalkman op 20 maart 2025 in Utrecht.

Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en minister veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.2213
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag.
Op 24 januari 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag (het reële besluit).
Eiser heeft zijn beroep gehandhaafd.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in de zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep?
2. Het beroep van eiser tegen het niet-tijdig beslissen door de minister is kennelijk niet- ontvankelijk. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiser gelijk had met zijn beroep. Dit is om de volgende reden. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat de minister alsnog zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat de minister inmiddels heeft beslist, heeft het beroep van eiser geen zin meer. Eiser heeft zogezegd geen procesbelang meer bij zijn beroep.
3. Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag heeft geen betrekking op het reële besluit, aangezien het reële besluit geheel aan het beroep tegemoetkomt.2 De rechtbank laat het beroep in zoverre onbesproken.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
Veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser?
4. De rechtbank ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken. Dit omdat de minister het besluit van 24 januari 2025 te laat heeft genomen en eiser terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van dat besluit. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.3
_______________
3 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 194,- vergoedt;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 maart 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.