Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag. De rechtbank stelt vast dat de minister op 24 januari 2025 alsnog een besluit heeft genomen, waardoor het beroep zijn doel heeft verloren en eiser geen procesbelang meer heeft.
De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om inhoudelijk op het beroep in te gaan en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser, omdat het besluit te laat is genomen en het beroep terecht is ingesteld tegen de vertraging.
De rechtbank bepaalt dat de minister het door eiser betaalde griffierecht van €194,- moet vergoeden en veroordeelt de minister in de proceskosten van €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier L.M. Kalkman op 20 maart 2025 in Utrecht.