ECLI:NL:RBDHA:2025:5113
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 5 december 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurt voort en de minister heeft de rechtbank op 18 maart 2025 hiervan in kennis gesteld, wat gelijkstaat aan een beroep van eiser tegen het voortduren van de bewaring.
De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten op 25 maart 2025 en heeft geen onderzoek ter zitting verricht. In haar overwegingen stelt de rechtbank vast dat zij de maatregel al eerder heeft getoetst in een uitspraak van 13 januari 2025, waarin werd geoordeeld dat de bewaring tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De huidige toets beperkt zich tot de periode na 7 januari 2025.
Eiser heeft geen nieuwe gronden aangevoerd tegen de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring en verwijst naar het eerdere oordeel van de rechtbank. De rechtbank toetst ambtshalve en ziet geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te verklaren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open conform artikel 96, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft rechtmatig.