ECLI:NL:RBDHA:2025:5128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake toelating tot Nederland na weigering terugkeer
Verzoekster heeft een aanvraag tot verlenging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen maakte zij bezwaar. Vervolgens verzocht zij om een voorlopige voorziening om bij terugkeer tot Nederland te worden toegelaten, omdat haar terugkeervisum geldig is tot 28 maart 2025 en zij moeder is van twee kinderen, waarvan één zorgbehoevend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien het verzoek connex is aan de lopende bezwaarprocedure tegen hetzelfde besluit. Het verzoek van verzoekster heeft echter betrekking op een feitelijke mededeling van de Koninklijke Marechaussee dat zij bij terugkeer niet wordt toegelaten, wat niet onderwerp is van de bezwaarprocedure.
Daarom ontbreekt connexiteit en wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot toelating tot Nederland wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.