ECLI:NL:RBDHA:2025:5148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens vertrek met onbekende bestemming niet-ontvankelijk verklaard
Eisers, beiden van Syrische nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling zijn genomen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Bulgarije als verantwoordelijk land werd aangewezen.
De rechtbank heeft het beroep op 17 maart 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van eisers niet aanwezig was wegens verhindering. Tijdens de procedure is vastgesteld dat eisers op 11 maart 2025 met onbekende bestemming zijn vertrokken en geen contact meer onderhouden met hun gemachtigde. Hierdoor ontbreekt het procesbelang, omdat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt aangenomen dat vreemdelingen die zonder kennisgeving vertrekken geen prijs meer stellen op de bescherming in Nederland.
De rechtbank concludeert dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn en dat de zaken niet inhoudelijk worden beoordeeld. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter S. Ketelaars - Mast en openbaar gemaakt op 27 maart 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.