Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toets
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 4 maart 2025 aan eiser, van Poolse nationaliteit, een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de minister een lichter middel had moeten toepassen en dat hij bereid was vrijwillig mee te werken aan zijn terugkeer. De minister hief de bewaring op 14 maart 2025 op, waarna eiser beroep instelde tegen het besluit en tevens een verzoek tot schadevergoeding indiende.
De rechtbank behandelde het beroep op 17 maart 2025 en oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd dat het risico op onttrekking aan het toezicht bestond en dat een lichter middel niet doeltreffend zou zijn geweest. Uit het dossier bleek dat eiser niet zelfstandig stappen had ondernomen om Nederland te verlaten ondanks een duidelijke vertrektermijn. De rechtbank concludeerde dat de voortduring van de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.A. Braeken en griffier T. Rommes op 21 maart 2025. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.