Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Poolse nationaliteit, werd op 7 maart 2025 in bewaring gesteld wegens het risico dat hij zich zou onttrekken aan toezicht en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiser betwistte de gronden voor bewaring en stelde dat hij door diefstal van documenten niet uit eigen beweging kon vertrekken.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden voor bewaring feitelijk juist waren: eiser verbleef onrechtmatig in Nederland en had niet voldaan aan de vertrekplicht binnen de gestelde termijn. De stelling van eiser dat hij bezig was met vertrek en documenten waren gestolen, was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank vond dat geen lichter middel passend was gezien het risico op onttrekking aan toezicht. Ook was geen sprake van onredelijke bezwarendheid van de detentie. De ambtshalve toets bevestigde de rechtmatigheid van de maatregel.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.