ECLI:NL:RBDHA:2025:5254
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing of schorsing van inbewaringstelling in faillissement
In het faillissement van gefailleerde is op 3 maart 2025 een bevel tot inbewaringstelling uitgevaardigd vanwege het niet verstrekken van volledige informatie aan de curator. Op 27 maart 2025 vond een verhoor plaats op grond van artikel 5 lid 1 EVRM Pro, waarbij gefailleerde via zijn advocaten een verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de inbewaringstelling indiende.
Gefailleerde stelde dat hij alle beschikbare informatie vrijwillig had verstrekt en dat de inbewaringstelling disproportioneel was. De curator betoogde dat gefailleerde onvoldoende openheid van zaken gaf, informatie niet onderbouwde en essentiële gegevens achterhield.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor de inbewaringstelling nog steeds aanwezig zijn. Tijdens het verhoor bleek dat gefailleerde belangrijke informatie, zoals het bezit van een auto en details over een nalatenschap, niet volledig of duidelijk had verstrekt. De houding van gefailleerde werd als weinig coöperatief beoordeeld.
De rechtbank achtte de vrijheidsbeneming proportioneel en subsidiariteit was gewaarborgd omdat gefailleerde zijn verplichtingen ook zonder vrijheid kan nakomen. Het verzoek tot opheffing of schorsing van de inbewaringstelling werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing of schorsing van de inbewaringstelling wordt afgewezen en de inbewaringstelling blijft van kracht.