Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 19 september 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat Slovenië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening, gelet op een eerdere asielaanvraag van eiser in Slovenië op 13 september 2024.
Eiser voerde in beroep aan dat zijn ernstige medische situatie, waaronder kanker en aanstaande operaties, een overdracht aan Slovenië onaanvaardbaar maakt, verwijzend naar het arrest C.K. Hij overlegde medische documenten en een afsprakenkaart. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat overdracht leidt tot een reëel en bewezen risico op een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheid.
De rechtbank benadrukte het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het feit dat Slovenië geacht mag worden adequate medische zorg te bieden. Tevens wees zij erop dat eiser een afzonderlijke aanvraag op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro kan indienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.