ECLI:NL:RBDHA:2025:5292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag verklaart beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag BPM en rentebeschikking
Eiseres heeft op 13 juni 2022 BPM betaald voor een geïmporteerde Volkswagen T-Roc, gebaseerd op een taxatierapport dat een lagere handelswaarde na schade vermeldde. Verweerder stelde echter een hogere waarde vast bij controle door Domeinen Roerende Zaken, met een hogere CO2-uitstoot en zonder waardevermindering wegens schade, en legde een naheffingsaanslag op.
Eiseres betwistte de naheffingsaanslag en de gehanteerde waarderingsmethode, met name de herleidingsmethode, en stelde dat de hoorplicht was geschonden omdat het hoorgesprek voortijdig werd beëindigd door haar gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat de gemachtigde zelf het hoorgesprek stopzette en niet instemde met verlenging van de beslistermijn.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden over de herleidingsmethode omdat deze niet wettelijk is toegestaan voor BPM-berekening. Ook werd geen strijd met regels over belastingrente vastgesteld. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn niet was overschreden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om immateriële schadevergoeding af. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM en de rentebeschikking wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.