Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 januari 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 10.636
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiseres tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2017, inclusief een opgelegde vergrijpboete en belastingrente. De Belastingdienst had een box 3-correctie toegepast op basis van informatie van buitenlandse autoriteiten over bankrekeningen in Zwitserland en Singapore, waarbij een substantieel buitenlands vermogen werd geschat.
Eiseres en haar echtgenoot hadden geen box 3-inkomen aangegeven, en verweerder stelde dat de vereiste aangifte ontbrak, waardoor de bewijslast moest worden omgekeerd. De rechtbank oordeelde dat de vereiste aangifte wel was gedaan en dat het bedrag van de niet-geheven belasting na ambtshalve vermindering (€ 243) niet aanzienlijk was. Hierdoor was geen sprake van omkering van de bewijslast.
Verweerder kon de hoogte van de box 3-correctie niet aannemelijk maken, omdat deze was gebaseerd op schattingen en aannames zonder voldoende recente en relevante feiten. De rechtbank vernietigde daarom de box 3-correctie, de vergrijpboete en paste de belastingrente dienovereenkomstig aan. Tevens werden de proceskosten deels aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank vermindert het box 3-inkomen tot nihil, vernietigt de vergrijpboete en past de belastingrente aan wegens onvoldoende bewijs van het buitenlandse vermogen.