Eiser, een Libische nationaliteit, diende in januari 2024 een asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege zijn vermeende loyaliteit aan het Khadaffi-regime en militaire activiteiten risico loopt op vervolging en ernstige schade in Libië. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de aangevoerde feiten en documenten, waaronder een arrestatiebevel dat waarschijnlijk niet bevoegd is afgegeven.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer, mede gelet op de algemene veiligheidssituatie in Libië die niet zodanig is dat bescherming op grond van artikel 15c van de Definitierichtlijn noodzakelijk is. Ook werden de tegenstrijdigheden in eisers verklaringen over zijn militaire diensttijd en het ontbreken van originele, betrouwbare documenten zwaar meegewogen.
Verder werd overwogen dat eiser zich niet onverwijld heeft gemeld voor zijn asielaanvraag en onvoldoende bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd om af te wijken van het beleidskader. Het opgelegde inreisverbod en het eerdere terugkeerbesluit werden eveneens niet onrechtmatig bevonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.