ECLI:NL:RBDHA:2025:5323
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvragen
Verzoekers, allen van Turkse nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvragen op 17 januari 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de behandeling van het beroep op 10 maart 2025 behandeld. Daarbij waren verzoekers (met uitzondering van één minderjarige dochter), hun gemachtigde en de gemachtigde van de minister aanwezig.
Op de dag van de uitspraak heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen die verband houden met deze zaak. Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt afgewezen.