De rechtbank Den Haag heeft op 20 maart 2025 een beschikking gegeven in een zaak betreffende een minderjarige die ernstige ontwikkelingsbedreiging ondervindt. De minderjarige heeft een cognitieve achterstand en sociaal isolement door frequente verhuizingen en gebrek aan schoolbezoek. De moeder vertoont een patroon van contactvermijding met instanties en vluchtgedrag, wat hulpverlening bemoeilijkt.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om voorlopige voogdij, ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderrechter wees het verzoek tot voorlopige voogdij af vanwege de verstrekkende aard en het belang eerst opnieuw contact met de moeder te zoeken. Wel werd een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing toegewezen, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De minderjarige verblijft inmiddels in een pleeggezin waar positieve ontwikkelingen zijn waargenomen. De beschikking geldt van 27 maart 2025 tot 13 juni 2025. De moeder was op de zitting afwezig en niet bereikbaar na de uithuisplaatsing. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.