ECLI:NL:RBDHA:2025:5368
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 18 september 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Duitsland reeds op 2 juli 2018 een verzoek tot internationale bescherming van eiser had ontvangen en dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De minister van Asiel en Migratie nam de asielaanvraag van eiser niet in behandeling, omdat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is. Eiser voerde aan dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op indirect refoulement en dat er sprake is van onevenredige hardheid vanwege zijn individuele omstandigheden. Tevens stelde eiser dat hij geen toegang had tot hogere Duitse autoriteiten of het EHRM.
De rechtbank oordeelde dat eiser in zijn beroepschrift slechts zijn zienswijze herhaalde zonder nieuwe onderbouwing waarom het besluit onjuist zou zijn. Volgens vaste jurisprudentie is een loutere herhaling onvoldoende als gemotiveerde betwisting. De rechtbank zag geen reden om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen vanwege verantwoordelijkheid Duitsland.