Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 6 augustus 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn beslist, waarop eiser op 7 november 2024 een ingebrekestelling stuurde en vervolgens op 25 november 2024 beroep instelde tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat het aan de formele eisen voldoet. Echter, sinds 14 december 2024 geldt voor Syrië een besluit- en vertrekmoratorium van zes maanden, dat de beslistermijn verlengt tot maximaal 21 maanden. Dit moratorium was nog niet van kracht op het moment van de ingebrekestelling, maar wel op het moment van de uitspraak.
De rechtbank stelt vast dat het moratorium ook van toepassing is op lopende aanvragen waarvoor de oorspronkelijke beslistermijn al was verstreken. Omdat eiser niet onder uitzonderingscategorieën valt, is de beslistermijn opgeschort en dient de minister uiterlijk op 6 mei 2025 te beslissen. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard.
Wel wordt eiser een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend vanwege het inschakelen van een professionele gemachtigde en het tijdig indienen van het beroep. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.A.M. Delger op 7 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het besluitmoratorium.