Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de productie van [gedaagde] .
Rechtbank Den Haag
In deze kort gedingprocedure vordert de vader dat zijn zoon de woning ontruimt die de vader sinds 2001 bezit en waar de zoon al ruim veertien jaar woont zonder vergoeding te betalen. De vader stelt dat de zoon zonder recht of titel verblijft en dat de bruikleenovereenkomst is opgezegd wegens verwaarlozing en onrechtmatige wijzigingen aan de woning.
De zoon voert verweer en stelt dat hij met toestemming van de vader in de woning woont en dat partijen mogelijk een overeenkomst hebben gesloten waarbij de woning aan hem is overgedragen ter kwijting van een schuld. Er loopt een voorlopig getuigenverhoor om deze feiten te onderzoeken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat de zoon zonder recht of titel verblijft en dat het spoedeisend belang ontbreekt. De kwetsbare positie van de zoon en het ontbreken van dringende redenen voor onmiddellijke ontruiming wegen zwaar. Ook is niet aannemelijk dat de vader de woning dringend nodig heeft.
Daarom wordt de vordering tot ontruiming afgewezen en worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning door de zoon wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over het verblijfsrecht.