ECLI:NL:RBDHA:2025:5491

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
2 april 2025
Zaaknummer
NL24.11563
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 6:3 AwbArt. 34 Dublinverordening (EU) 604/2013Art. 72 lid 3 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen kennisgeving leeftijdswijziging asielzoeker ongegrond verklaard

Eiser, een asielzoeker met Gambiaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in zonder identificerende documenten en gaf een geboortedatum in 2007 op. Verweerder voerde een leeftijdsschouw uit en ontdekte via Eurodac dat eiser in Italië geregistreerd stond met een geboortedatum in 2005. Op basis hiervan wijzigde verweerder de geboortedatum van eiser via een kennisgeving.

Eiser maakte bezwaar tegen deze kennisgeving, maar verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat tegen de kennisgeving geen bezwaar openstaat. De rechtbank oordeelde dat de kennisgeving een besluit in de zin van de Awb is, maar een voorbereidingsbesluit waartegen geen zelfstandig rechtsmiddel openstaat, tenzij eiser rechtstreeks in zijn belangen wordt getroffen.

De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij rechtstreeks in zijn belangen is getroffen door de kennisgeving. De belangen die eiser aanvoerde, zoals recht op onderwijs en opvang, waren niet concreet onderbouwd en niet persoonlijk betrokken. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen de kennisgeving leeftijdswijziging is ongegrond verklaard omdat deze kennisgeving geen zelfstandig appellabel besluit is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.11563

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. K. Kanters).

Procesverloop

Op 6 februari 2024 en 1 maart 2024 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens (de kennisgeving) van 31 januari 2024.
Bij besluit van 4 maart 2024 en aanvullend besluit van 7 maart 2024 (samen: het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum 1] 2007 en de Gambiaanse nationaliteit te hebben.
2. Eiser heeft op 25 oktober 2023 een asielaanvraag ingediend in Nederland, waarop nog niet is beslist. Bij het indienen van zijn asielaanvraag beschikte eiser niet over identificerende documenten en heeft hij verklaard te zijn geboren op [datum 1] 2007. Vanwege het ontbreken van identificerende documenten heeft verweerder een leeftijdsschouw uitgevoerd, waarbij is geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de door eiser opgegeven leeftijd. Omdat uit Eurodac is gebleken dat eiser in Italië staat geregistreerd, is verweerder op 5 december 2023 een onderzoek gestart in het kader van artikel 34 van Pro de Dublinverordening. [1] Op 12 januari 2024 hebben de Italiaanse autoriteiten geïnformeerd dat eiser in Italië geregistreerd staat met de geboortedatum [datum 2] 2005. Verweerder heeft op 31 januari 2024 een kennisgeving verzonden, waarin de geboortedatum van eiser is gewijzigd van [datum 1] 2007 naar [datum 2] 2005.
3. Eiser heeft op 6 februari 2024 en 1 maart 2024 bezwaar gemaakt tegen de kennisgeving. Eerder heeft de voorzieningenrechter bij uitspraak van 8 augustus 2024 [2] geoordeeld dat eisers bezwaarschrift van 1 maart 2024 moet worden aangemerkt als een aanvulling op het bezwaar van 6 februari 2024. Ook is het besluit van 4 maart 2024 niet ingetrokken, waardoor het besluit van 7 maart 2024 moet worden aangemerkt als een aanvulling op het besluit van 4 maart 2024. De rechtbank volgt dit oordeel.
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zelfstandig rechtsmiddel openstaat tegen de kennisgeving. Volgens verweerder betreft de kennisgeving een handeling waartegen geen bezwaar openstaat.
5. Eiser kan zich niet met het bestreden besluit verenigen en voert daartoe aan dat de kennisgeving een besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. [3] Daarnaast is de kennisgeving een feitelijke handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vw [4] waartegen bezwaar openstaat. Eiser wordt met de kennisgeving rechtstreeks in zijn belangen getroffen, aangezien minderjarige asielzoekers recht hebben op onderwijs, bijstand door [stichting] en verblijf in een opvangvoorziening voor minderjarigen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
6. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Dit betekent dat moet worden beoordeeld of de kennisgeving van 31 januari 2024 een rechtshandeling behelst. Dat is het geval wanneer verweerder met de kennisgeving een verandering beoogt in een bevoegdheid, recht, verplichting of status van eiser. Ook als verweerder hiermee beoogt een recht, bevoegdheid of status van eiser bindend vast te stellen, is sprake van een besluit.
7. Bij uitspraak van 18 december 2024 [5] heeft de Afdeling [6] geoordeeld dat de kennisgeving een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, omdat deze gericht is op een rechtsgevolg. Echter, zolang de besluitvorming op de asielaanvraag van eiser nog loopt, vormt de kennisgeving geen definitieve vaststelling van eisers leeftijd. Op grond van artikel 6:3 van Pro de Awb is een procedurele beslissing ter voorbereiding van een besluit niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze eiser, los van het voor te bereiden besluit, rechtstreeks in zijn belangen treft. Voor zover met de kennisgeving rechtsgevolgen worden beoogd die voorafgaand aan het besluit op eisers asielaanvraag intreden en daarvan losstaan, wordt eiser hierdoor in beginsel niet rechtstreeks in zijn belangen geraakt. Anders dan eiser stelt, treden geen directe feitelijke gevolgen op zonder aanvullende besluiten of handelingen van verweerder of andere instanties. Mocht een derde instantie op basis van de kennisgeving feitelijk handelingen of een besluit nemen, dan kan eiser daartegen rechtsmiddelen aanwenden. De kennisgeving is daarom een voorbereidingsbesluit waartegen geen afzonderlijk bezwaar of beroep openstaat. De ter zitting door eiser gestelde lange duur van zijn asielprocedure maakt dit niet anders. Tegen het niet tijdig beslissen op een asielaanvraag staat immers een ander rechtsmiddel open.
8. De door eiser aangevoerde belangen, zoals het recht op onderwijs, bijstand door [stichting] en verblijf in een opvangvoorziening voor minderjarigen, zijn niet concreet onderbouwd en niet betrokken op zijn persoonlijke situatie. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij rechtstreeks in zijn belangen is getroffen door de kennisgeving. De ter zitting aangevoerde stelling dat verweerder het digitale dossier niet heeft gecompleteerd met de resultaten van een onderzoek van het Bureau Documenten van verweerder, is niet van belang voor de beoordeling of een kennisgeving een besluit is dat vatbaar is voor bezwaar of beroep.
9. Verweerder heeft het bezwaar tegen de kennisgeving terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens
bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Verordening (EU) 604/2013.
3.Algemene wet bestuursrecht.
4.Vreemdelingenwet 2000.
6.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.