ECLI:NL:RBDHA:2025:5492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiseres diende op 4 augustus 2022 een asielaanvraag in. Verweerder nam de aanvraag aanvankelijk niet in behandeling omdat Zweden verantwoordelijk was, maar trok dit besluit in januari 2023 in en liet eiseres toe tot de nationale procedure. De aanvraag werd uiteindelijk op 20 februari 2024 ingewilligd.
De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 27 juli 2023 eindigen, maar door de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 werd deze termijn met negen maanden verlengd tot 27 april 2024. De rechtbank oordeelde dat deze verlenging rechtsgeldig was omdat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de situatie van artikel 42, vierde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet van toepassing was.
De ingebrekestelling van 27 december 2023 was daardoor te vroeg, aangezien de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.