ECLI:NL:RBDHA:2025:5500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure Frankrijk
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 14 maart 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling heeft genomen, omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.13394), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen en worden geen proceskosten toegekend.
De uitspraak is gedaan op 2 april 2025 te Middelburg door voorzieningenrechter M.L. Weerkamp, met griffier R. de Mul. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.