Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking arbeid in loondienst, welke is afgewezen door verweerder. Tegen deze afwijzing is beroep ingesteld en is een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te verbieden en een arbeidsmarktaantekening te verstrekken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er weliswaar sprake is van een spoedeisend belang vanwege dreigend verlies van inkomen door beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft. De eerder verleende verblijfsvergunning was terecht met terugwerkende kracht ingetrokken, waardoor verzoeker geen recht heeft opgebouwd op grond van het Besluit 1/80.
Daarnaast is het arbeidsmarktadvies van het UWV dat de functie van verzoeker geen wezenlijk Nederlands belang dient, juist en niet betwist. De late toezending van het arbeidsmarktadvies leidt niet tot een ander oordeel. Gezien deze omstandigheden is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en kan verzoeker de beroepsprocedure afwachten.