ECLI:NL:RBDHA:2025:5560
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verlening verblijfsvergunning op b-grond wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarbij hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft tevens gemotiveerd waarom geen vergunning op de a-grond is verleend.
De rechtbank heeft eiser verzocht zijn procesbelang toe te lichten, maar eiser heeft niet gereageerd. Volgens vaste rechtspraak bestaat geen belang bij beroep als reeds een geldige vergunning op de b-grond is verleend. Dit belang kan pas ontstaan bij intrekking of niet-verlenging van die vergunning.
Omdat eiser niet heeft toegelicht waarom een vergunning op de a-grond gunstiger zou zijn, oordeelt de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Derksen en griffier Berendsen, zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de verblijfsvergunning op de b-grond wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.