ECLI:NL:RBDHA:2025:5589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister heeft op 11 februari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Marokkaanse nationaliteit is, vanwege zijn uitzetting uit Nederland. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 28 maart 2025 via telehoren.
Eiser voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting bestaat en dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn verwijdering. Ook stelde hij dat zijn aanwezigheid bij een strafzaak op 10 april 2025 het voortduren van de bewaring onrechtmatig maakt en dat de medische zorg in detentie onvoldoende is. De rechtbank oordeelde dat zicht op uitzetting naar Marokko niet ontbreekt, mede omdat een lp-traject sinds juni 2024 loopt en de Marokkaanse autoriteiten nog geen weigering hebben gegeven.
De rechtbank stelde dat eiser niet volledig meewerkt aan zijn uitzetting, bijvoorbeeld door geen inspanningen te verrichten voor reisdocumenten. De minister werkt voldoende voortvarend, zoals blijkt uit recente vertrekgesprekken en rappelleringen bij de Marokkaanse autoriteiten. De lopende strafzaak vormt geen belemmering voor uitzetting, en medische zorg is aanwezig; het ontbreken van logopedie maakt de bewaring niet onevenredig bezwarend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.