ECLI:NL:RBDHA:2025:559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onvoldoende motivering toepassing artikel 17 Dublinverordening
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende samen met zijn echtgenote en vier minderjarige kinderen een asielaanvraag in Nederland in. De minister weigerde de aanvraag in behandeling te nemen, stellende dat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om artikel 17 toe Pro te passen.
De rechtbank had eerder in september 2024 het eerdere besluit van de minister vernietigd wegens een motiveringsgebrek omtrent de belangen van de oudste dochter, die in beschermde opvang verblijft vanwege een loverboy-situatie en therapie nodig heeft. De minister hield in het bestreden besluit onvoldoende rekening met deze omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende en niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij artikel 17 niet Pro toepast, met name gezien de kwetsbare situatie van de oudste dochter en het belang van fysieke nabijheid van eiser. De verklaring van Veilig Thuis en medische rapporten van FIER ondersteunen dit.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt de minister op de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen. Tevens veroordeelt zij de minister in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen.