ECLI:NL:RBDHA:2025:5599
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en tienjarig inreisverbod wegens cocaïnesmokkel afgewezen
Eiser is door de minister van Asiel en Migratie een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege zijn betrokkenheid bij het smokkelen van tien kilogram cocaïne naar België. Eiser voerde aan dat hij slechts uitvoerder was, spijt had betuigd en geen recidivegevaar bestond. Ook stelde hij dat het inreisverbod in strijd was met artikel 8 EVRM Pro omdat het zijn privé- en familieleven in Italië belemmert.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiser een werkelijk, actueel en ernstig gevaar vormt voor de openbare orde, mede vanwege de ernst van het opiumdelict en de recente veroordeling tot 36 maanden gevangenisstraf. De minister heeft ook de belangenafweging gemaakt waarbij het algemeen belang zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van eiser. De stellingen van eiser over zijn persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van recidivegevaar zijn onvoldoende om het besluit te vernietigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Eiser is vrijgesteld van griffierecht maar krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier I. Wolthuis op 3 april 2025 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het tienjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.