ECLI:NL:RBDHA:2025:5604
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag na vertrek eiser met onbekende bestemming
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 29 oktober 2024 is afgewezen als ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de zitting op 3 april 2025 verschenen eiser en zijn gemachtigde niet, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De rechtbank constateerde dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken en geen contact meer heeft met zijn gemachtigde. Gezien de vaste jurisprudentie en het ontbreken van enig teken van leven van eiser, concludeerde de rechtbank dat eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 3 april 2025 en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.