ECLI:NL:RBDHA:2025:5616

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
4 april 2025
Zaaknummer
NL25.3714
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 43 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingesteld beroep tijdens besluitmoratorium Syrië

Eiser, afkomstig uit Syrië, heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de minister werd opgedragen binnen zestien weken te beslissen. Omdat de minister niet binnen die termijn heeft beslist, heeft eiser beroep ingesteld.

De rechtbank overweegt dat normaal gesproken eerst een ingebrekestelling moet worden gestuurd voordat beroep kan worden ingesteld, maar in dit geval is dat niet vereist vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. Echter, sinds 14 december 2024 geldt er een besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië van zes maanden, waardoor de beslistermijn is verlengd tot maximaal 21 maanden.

Het beroep van eiser is ingediend op 27 januari 2025, terwijl het moratorium van kracht was. Dit betekent dat het beroep te vroeg is ingesteld en daarom niet-ontvankelijk wordt verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingesteld tijdens het besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.3714
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.A. Krikke),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 15 juli 2024.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen zestien weken na verzending van die uitspraak moet beslissen op de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag). Eiser stelt nu beroep in, omdat de minister binnen die termijn geen beslissing heeft genomen op de aanvraag.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
3. Soms kan niet worden verwacht dat de betrokkene eerst een ingebrekestelling stuurt. Dat is in dit geval zo, omdat de bestuursrechter in de uitspraak van 15 juli 2024 een uitdrukkelijke en inmiddels verstreken termijn heeft gesteld voor het nemen van een besluit.4
1. Zaaknummer NL24.20178.
2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
______________
5 Staatscourant van 13 december 2024, nr. 41538.
6 Artikel 43, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
5. De rechtbank stelt vast dat het besluitmoratorium van kracht was toen eiser op 27 januari 2025 beroep instelde. Het beroep is aldus te vroeg ingesteld. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
02 april 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrif indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.