ECLI:NL:RBDHA:2025:5624
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 24 december 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser, die van Algerijnse nationaliteit is. De rechtbank had eerder de rechtmatigheid van deze maatregel tot 3 januari 2025 vastgesteld. Het onderhavige beroep richt zich op de periode na deze datum.
Tijdens de zitting op 28 maart 2025, waarin eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Eiser gaf aan dat de bewaring zwaar valt en hij de asielprocedure liever in vrijheid zou afwachten, terwijl hij tevens stelde ziek te zijn. De rechtbank oordeelde echter dat deze stellingen onvoldoende zijn om de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring aan te tasten.
De minister verlengde de maatregel op 28 januari 2025 met drie maanden, in afwachting van de behandeling van het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag, gepland op 10 april 2025. De rechtbank zag geen reden om een lichter middel toe te passen en concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij detentieongeschikt is.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.