Verzoekers hebben opnieuw asielaanvragen ingediend die door de minister zijn afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister acht de identiteit en herkomst van verzoekers geloofwaardig, maar twijfelt aan de authenticiteit van documenten die het risico op vervolging door de PKK onderbouwen.
Bureau Documenten concludeerde dat de documenten waarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt. Verzoekers vroegen een contra-expertise aan, die mogelijk relevant kan zijn voor de beoordeling van het beroep. De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van verzoekers om niet uitgezet te worden zwaarder weegt dan het belang van de minister.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, worden de bestreden besluiten geschorst en mogen verzoekers niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekers.