ECLI:NL:RBDHA:2025:571
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eiseressen, een familie uit Kenia die stelt Somalische nationaliteit te hebben, hebben asiel aangevraagd in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam hun aanvragen niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening, aangezien zij met een visum van Spanje naar Nederland zijn gereisd.
Eiseressen voerden aan dat de visa valselijk verkregen zijn en dat overdracht aan Spanje onevenredig hard zou zijn vanwege familiebanden in Nederland. De rechtbank oordeelt dat het feit dat visa mogelijk op valse documenten zijn verkregen geen belemmering vormt voor toewijzing van verantwoordelijkheid aan Spanje. Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken.
De rechtbank stelt vast dat de familieleden in Nederland niet als gezinsleden in de zin van de Dublinverordening kwalificeren en dat de relatie met deze familieleden onvoldoende is onderbouwd. Verder is geen onderzoek tekortgeschoten naar andere familieleden. De beroepen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.