Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer: [V-nummer],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Myanmarese vrouw geboren in 1999, vroeg op 1 oktober 2024 asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling, zoals vastgesteld via de Dublinverordening en bevestigd door de Duitse autoriteiten.
Eiseres voerde aan dat de afhankelijkheid van haar oom, die al dertig jaar in Nederland woont en ernstige fysieke en psychische aandoeningen heeft, onvoldoende is meegewogen. Zij stelde dat het C.K.-arrest vereist dat ook de gevolgen voor haar afhankelijke familielid bij de beoordeling worden betrokken. Zij overlegde medische stukken en een brief van haar oom ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat het C.K.-arrest uitsluitend ziet op de onomkeerbare gevolgen voor de vreemdeling zelf en niet op de situatie van familieleden in Nederland. Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres de afhankelijkheidsrelatie onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, omdat haar oom zich al dertig jaar zonder haar in Nederland weet te redden en niet is aangetoond dat zij de enige zorgverlener is.
De minister heeft daarom terecht besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure.