ECLI:NL:RBDHA:2025:5727
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg wegens verbeterd toestandsbeeld
De officier van justitie verzocht op 6 maart 2025 om een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Diverse medische documenten en verklaringen werden overgelegd, waaronder een medische verklaring van een psychiater, een zorgplan en bevindingen van de geneesheer-directeur.
Tijdens de zitting op 26 maart 2025 werd betrokkene gehoord, bijgestaan door haar advocaat, evenals de behandelend arts. Betrokkene gaf aan dat haar toestand aanzienlijk was verbeterd dankzij medicatie en dat zij klaar was om naar huis terug te keren. De behandelend arts bevestigde het verbeterde toestandsbeeld en gaf aan dat betrokkene de medicatie vrijwillig en trouw inneemt.
De rechtbank concludeerde dat niet langer voldaan werd aan de criteria voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, omdat geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer aanwezig was. Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot het verlenen van verplichte zorg wordt afgewezen wegens verbetering van het toestandsbeeld.