ECLI:NL:RBDHA:2025:573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Soedanese nationaliteit dragende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening, waarbij Nederland Spanje als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen en Spanje dit heeft aanvaard.
Eiser betoogt dat de opvang- en leefomstandigheden in Spanje, met name in Madrid, zodanig slecht zijn dat deze in strijd zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest, onderbouwd met rapporten van AIDA en de Europese Commissie. Hij stelt dat hij daardoor op straat kan belanden en dat verweerder garanties had moeten vragen of de asielaanvraag zelf had moeten behandelen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de naleving door Spanje van zijn verdragsverplichtingen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van ernstige tekortkomingen die leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling. Ook is onvoldoende onderbouwd dat hij bijzonder kwetsbaar is of dat het vragen van garanties noodzakelijk was. De rechtbank volgt het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje blijft gelden.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.