ECLI:NL:RBDHA:2025:5733
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling tegemoetkoming kindregeling Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser, kind van een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, maakte bezwaar tegen de vastgestelde tegemoetkoming van €10.000,- onder de kindregeling van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Hij stelde dat zijn persoonlijke omstandigheden een hogere vergoeding rechtvaardigen en dat verweerder onzorgvuldig en vooringenomen heeft gehandeld.
De rechtbank overweegt dat de wetgever de kindregeling heeft bedoeld als een steun in de rug en niet als volledige schadevergoeding. Er is geen aanleiding om af te wijken van de wettelijke regeling, noch is sprake van bijzondere omstandigheden die toepassing van het evenredigheidsbeginsel of de hardheidsclausule rechtvaardigen. Ook is geen sprake van vooringenomenheid of het onthouden van relevante stukken.
Ten aanzien van het schadevergoedingsverzoek oordeelt de rechtbank dat eiser onvoldoende onderbouwing heeft gegeven en dat de redelijke termijn voor de procedure nog niet is overschreden. Voor overige schadevergoedingen is de rechtbank onbevoegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de tegemoetkoming wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.