Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 26 maart 2025 in de zaak tussen
de staatssecretaris van Defensie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Ook hierin ligt volgens de rechtbank geen procesbelang besloten. De rechtbank begrijpt dat de MC-IDR een oordeel wenst van de bestuursrechter over de gang van zaken rondom deze en toekomstige aanstellingen, maar dit is geen actueel belang. Zoals hiervoor reeds overwogen is in de bestreden beslissing al erkend dat de gang van zaken strijdig was met artikel 29 van Pro het BMD, omdat het adviesrecht van de MC-IDR niet in acht is genomen. Hiermee is al tegemoetgekomen aan de wens van de MC-IDR. In zoverre heeft de MC-IDR geen reëel belang bij het beroep. De rechtskracht van het oordeel van de rechtbank is evenwel beperkt tot het geschil in kwestie. Bij toekomstige besluiten zal per besluit, los van de onderhavige procedure, moeten worden beoordeeld of de procedure op de juiste wijze is gevolgd. Bovendien is door verweerder gemotiveerd betwist dat er andere kandidaten op een soortgelijke wijze zijn aangesteld. Op dat punt heeft dr. kol. Meerhoff ter zitting toegelicht dat in de aanstellingsprocedures van kandidaten die niet aan de instapeisen voldeden, weliswaar aanvankelijk niet volgens het BMD was gehandeld, maar dat het in die gevallen niet tot een (onregelmatige) aanstelling is gekomen.