Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster,
[minderjarige 4]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning niet in behandeling te nemen omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Na een eerdere afwijzing van het beroep is de overdrachtstermijn verlengd omdat verzoekers volgens de minister zijn ondergedoken.
Verzoekers vroegen een voorlopige voorziening om niet overgedragen te worden en hun beroep af te wachten. De rechtbank stelde vast dat verzoekers niet op het afgesproken tijdstip aanwezig waren voor overdracht en niet op het COA-terrein waren waar zij moesten zijn. De minister heeft dit voldoende gemotiveerd als onderduiken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt de rechtbank niet in de hoofdprocedure.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen verlenging overdrachtstermijn wordt afgewezen omdat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft.