In de faillissementsprocedure van de gefailleerde is op 3 maart 2025 een bevel tot inbewaringstelling uitgevaardigd, dat op 25 maart 2025 ten uitvoer is gelegd. Een eerder verzoek tot opheffing of schorsing van dit bevel werd op 27 maart 2025 afgewezen. De curator heeft vervolgens op 3 april 2025 een nieuw verzoek tot schorsing ingediend, gesteund door de rechter-commissaris.
De rechtbank heeft geoordeeld dat er voldoende gronden zijn om het bevel tot inbewaringstelling te schorsen voor de duur van twee maanden, tot 4 juni 2025. Deze schorsing gaat in op 4 april 2025 om 18:00 uur en gaat gepaard met een invrijheidstelling van de gefailleerde.
De schorsing is verbonden aan meerdere voorwaarden, waaronder volledige medewerking aan de curator, het beantwoorden van een vragenlijst binnen gestelde termijnen, het inleveren van het paspoort bij de curator, en het wekelijks melden bij de curator. Tevens wordt een kopie gemaakt van de laptop en andere digitale gegevens, en kan de curator indien nodig een vervangende machtiging krijgen om informatie bij derden op te vragen.
Deze maatregelen zijn getroffen om een voortvarende afwikkeling van het faillissement te waarborgen en tegelijkertijd de rechten van de gefailleerde te respecteren.