Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
tezamenen in vereniging met anderen, althans alleen, (telkens) een voorwerp, te weten:
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van gewoontewitwassen van diverse geldbedragen gestort op gezamenlijke en eigen rekeningen in de periode 2015-2019.
De officier van justitie vorderde een integrale bewezenverklaring, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank stelde vast dat verdachte toegang had tot de gezamenlijke rekening, maar niet actief beheer voerde en dat haar echtgenoot de financiële zaken regelde. Verdachte verklaarde dat zij door haar echtgenoot was voorgelogen over de herkomst van het geld, dat zogenaamd uit consultancy-inkomsten bestond.
De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de gelden crimineel waren verkregen. Ook de contante stortingen op haar eigen rekening werden verklaard als schenkingen van familieleden, een verklaring die concreet en niet onwaarschijnlijk was. Het verzoek om familieleden als getuigen te horen werd afgewezen, maar dit mocht niet tegen verdachte worden gebruikt.
Daarom oordeelde de rechtbank dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak zij verdachte vrij van gewoontewitwassen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat zij wist of moest vermoeden dat de gelden crimineel waren verkregen.