ECLI:NL:RBDHA:2025:5845
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit na opvolgende asielaanvraag
Verzoeker, die met een Keniaans paspoort Nederland is binnengekomen maar Somalische nationaliteit stelt te hebben, heeft een eerdere asielaanvraag ingediend die is afgewezen en waartegen beroep is ingesteld dat ongegrond is verklaard. Verzoeker diende een opvolgende asielaanvraag in, waarna verweerder besloot de uitzetting niet op te schorten.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om de uitzetting uit te stellen totdat zijn bezwaar is behandeld. Hij stelde dat hij het Keniaanse paspoort frauduleus heeft verkregen en over Somalische documenten beschikt, die volgens hem onvoldoende zijn onderzocht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker weliswaar spoedeisend belang heeft vanwege de geplande uitzetting, maar dat zijn bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. De eerdere uitspraak die de Keniaanse nationaliteit vaststelde, staat in rechte vast en verzoeker heeft onvoldoende nieuwe feiten aangevoerd. Ook het argument over de geloofwaardigheidsbeoordeling faalt.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waardoor de uitzetting kan doorgaan. De uitspraak is zonder zitting gedaan en is bindend voor de voorlopige fase zonder hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de uitzetting van verzoeker kan doorgaan.