Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 november 2023 met producties 1 tot en met 17;
- het verstekvonnis van 20 december 2023;
- de verzetdagvaarding van 30 september 2024 met producties 1 en 2;
- het tussenvonnis van 20 november 2024 waarin een mondelinge behandeling is bevolen.
2.De feiten
factoring).
De heer [naam 1]
Tot mijn grote verbazing heb ik ook het bericht van Alpha gelezen.
Heb je zojuist proberen te bellen, want dit schiet niet op.
3.Het geschil in verzet
- contractuele boete € 68.849,60
- terugbetaling factuur 620230186 € 5.552,09
- contractuele rente tot en met 8 november 2023 € 159,13
- schadevergoeding: kosten incasso Alpha € 1.235,90
- schadevergoeding: kosten incasso QMonitoring € 895,23
- buitengerechtelijke incassokosten € 5.996,53
4.De beoordeling
veel te extreem is” geeft hij, ondanks herhaaldelijk aandringen van Svea, verder geen inhoudelijke toelichting. Svea kon in deze omstandigheden niet vaststellen of het beroep van Alpha op verrekening gegrond was, zodat Svea op grond van artikel 6 lid 3 sub Pro (h) jo. artikel 12 lid 1 sub Pro (b) tot de conclusie mocht komen dat zij gerechtigd was om de betreffende vorderingen aan [bedrijfsnaam 1] terug te verkopen. De bewindvoerder heeft op de mondelinge behandeling van 7 januari 2025 nog naar voren gebracht dat een medewerker van [bedrijfsnaam 1] mogelijk bewust bepaalde correspondentie voor [naam 1] verborgen heeft gehouden, maar uit de hiervoor beschreven e-mailwisseling volgt dat [naam 1] persoonlijk contact met Svea over de vordering op Alpha heeft gehad. Daarbij komt dat [naam 1] het onrechtmatig handelen van een van de medewerkers van [bedrijfsnaam 1] niet aan Svea kan tegenwerpen, zodat de rechtbank aan het betoog van de bewindvoerder voorbij zal gaan.