Regenboog Apotheek vordert dat de Staat geneesmiddelen met werkzame stoffen lithiumcarbonaat, bupropion en promethazine verwijdert van de lijst met geneesmiddelen onder de aanwijzing, waarmee tijdelijk niet wordt gehandhaafd tegen import zonder handelsvergunning. De apotheek stelt dat dit beleid in strijd is met de Geneesmiddelenwet en een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, en dat zij hierdoor schade lijdt.
De rechtbank oordeelt dat Regenboog ontvankelijk is in haar vorderingen en dat zij spoedeisend belang heeft. De Staat heeft voldoende onderbouwd dat het beleid gerechtvaardigd is vanwege ernstige geneesmiddelentekorten en de gezondheidsrisico’s die daarmee gepaard gaan. De tijdelijke aanwijzing van de minister en het plaatsen van geneesmiddelen op de lijst zijn niet onrechtmatig, mede omdat het beleid een tijdelijke maatregel is in afwachting van een wetswijziging.
De rechtbank concludeert dat de IGJ voldoende onderzoek heeft gedaan naar alternatieven, waaronder magistrale bereidingen, en dat de apotheek haar belangen niet zwaarder kan laten wegen dan het algemeen belang bij volksgezondheid. De vorderingen worden afgewezen en Regenboog wordt veroordeeld in de proceskosten.