ECLI:NL:RBDHA:2025:5892
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak met proceskostenveroordeling
Verzoekster heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 16 december 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde hiertegen beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een samenhangende zaak op 21 maart 2025 te Groningen, waarbij ook een tolk aanwezig was. Na sluiting van het onderzoek werd op 9 april 2025 uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat het onderliggende beroep inmiddels gegrond is verklaard. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Wel werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster, vastgesteld op € 907,-, gebaseerd op één punt voor het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.J. van der Veen en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- proceskosten.