ECLI:NL:RBDHA:2025:5905
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens kennelijk geen procesbelang na vertrek vreemdeling
De rechtbank Den Haag behandelde op 31 maart 2025 het beroep van een vreemdeling tegen de beslissing van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel kennelijk ongegrond te verklaren. De vreemdeling en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de minister wel vertegenwoordigd was.
De rechtbank overwoog dat de vreemdeling op 28 januari 2025 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers was geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (MOB). Volgens vaste rechtspraak wordt in zo'n situatie aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming, tenzij hij laat weten nog contact te hebben met zijn gemachtigde en de procedure wil voortzetten.
De gemachtigde gaf aan geen contact meer te hebben met de vreemdeling, waardoor de rechtbank aannam dat het procesbelang ontbrak. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan en is openbaar.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.