ECLI:NL:RBDHA:2025:5913
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen mvv-aanvraag
Verzoeker diende op 7 januari 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van 18 maart 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn echtgenote en twee kinderen. De minister nam uiteindelijk op 19 maart 2025 alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoeker om een proceskostenveroordeling van de minister. Volgens vaste rechtspraak kan een bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de proceskosten indien het geheel of gedeeltelijk aan de indiener tegemoet is gekomen.
De rechtbank oordeelde dat de minister inderdaad aan verzoeker was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen binnen de beroepsprocedure. Daarom wees zij het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelde de minister tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de minister verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot de minister moet wenden.
Deze uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 april 2025 door rechter A.C.J. van Dooijeweert.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de mvv-aanvraag.