ECLI:NL:RBDHA:2025:5920
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 5 augustus 2024 waarbij zijn asielaanvraag als ongegrond werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. Tevens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep (zaaknummer NL24.33951), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af en bepaalt dat de verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 9 april 2025 en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.