Verzoeker stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 november 2022. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie het asielverzoek alsnog ingewilligd op 23 december 2024. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door de asielaanvraag alsnog te honoreren. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de indiener van het beroep toewijzen.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en is geanonimiseerd gepubliceerd.