Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €119 opgelegd wegens het parkeren van een motorvoertuig zonder duidelijke parkeerschijf in een blauwe zone op 13 oktober 2023. Betrokkene stelde dat hij een gehandicaptenparkeerkaart voerde, maar vermoedelijk was deze onder de raamrand weggevallen.
Na een ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard beroep bij de officier van justitie, stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 19 maart 2025 verscheen alleen de officier van justitie; betrokkene was niet aanwezig.
De officier van justitie stelde het beroep gegrond vanwege het niet naleven van eigen richtlijnen door het CVOM, waarbij de zaak op een lijst stond van bagatelzaken met een te lange doorlooptijd van meer dan 36 weken. De kantonrechter volgde dit standpunt en vernietigde de opgelegde boete en de eerdere beslissingen.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter G.P. Verbeek en griffier D.C. Carsten. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.