ECLI:NL:RBDHA:2025:5960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Turkmenistan wegens ongeloofwaardige eerwraak- en religieclaims
Eiser, een Turkmeense nationaliteit, vroeg in juli 2022 asiel aan in Nederland na een gedwongen huwelijk, bedreigingen en vlucht via Turkije en Oekraïne. Hij vreesde terugkeer vanwege mogelijke eerwraak door zijn ex-schoonfamilie en problemen vanwege het dragen van een baard als religieuze uiting.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de gestelde problemen met de ex-schoonfamilie en religieuze vervolging ongeloofwaardig werden bevonden. De rechtbank bevestigde dit oordeel, met name vanwege het ontbreken van bewijsstukken zoals een echtscheidingsdocument en inconsistenties in de verklaringen over bedreigingen en hertrouwen van de ex-echtgenote.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het dragen van een baard niet als een wezenlijk religieus kenmerk was aangetoond, zodat het niet aannemelijk was dat eiser daardoor in Turkmenistan problemen zou ondervinden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.